Nederland is te klein, oftewel, we hebben een té intensief landgebruik in Nederland. Wij hebben in verhouding van alles te veel, ook te veel boerenland (afbeelding 1). Als je het de agrariërs op de man af vraagt, geven ze je waarschijnlijk ook nog gelijk. Ook zij weten dat er wat moet gebeuren, daar ontkomen we niet aan. Maar de grote vraag is de manier waarop, want een intensieve maatschappijhouderij kunnen we Nederland inmiddels wel noemen.

Jaren van ongeremde groei­­

Het beleid van de overheid door de jaren heen heeft geleid tot aantasting van onze leefomgeving en de huidige oververhitte situatie. ‘Nooit meer honger’ waren de woorden van minister Mansholt na de Tweede Wereldoorlog. De landbouwproductie kreeg vanaf dat moment een enorme impuls en heeft zich ontwikkeld tot op de dag van vandaag. De afschaffing van de melkquotum in 2015 is voor veel boeren een extra vliegwiel geweest om nóg meer te investeren en te groeien. Banken en boeren zijn hier ingestapt terwijl ze ergens met hun nuchtere verstand hadden kunnen weten dat de rekening later gepresenteerd zou worden. Nu pas trekt de overheid de handrem hard aan. Te laat, in ieder geval voor veel boeren.

Aan de keukentafel

Alleen al het gebruik van het begrip ‘sanering’, letterlijk opruiming van de boeren, is snoeihard. Dit raakt de boer emotioneel. De vraag is of dit harde beleid nodig is. Ga aan tafel bij élke boer in Nederland. Ga in gesprek en vraag waar behoefte aan is en breng dit in kaart. Er zijn waarschijnlijk al voldoende boeren die willen stoppen, maar de mogelijkheid nu (financieel) niet hebben. Zij willen stoppen omdat er geen opvolger is, omdat ze niet meer mee kunnen met de tijd of omdat ze er financieel tot hun nek in zitten en niet meer verantwoord door kunnen gaan met hun bedrijf.

Beëindiging op vrijwillige basis

Laat boeren stoppen op vrijwillige basis en zorg dat zij dusdanig worden gecompenseerd dat zij er zonder kleerscheuren van af komen. Geef tevens een flinke impuls aan de overblijvende boeren om de gezonde agrarische sector te blijven stimuleren. Omvorming van veehouder naar een nieuw type boer zou tot de mogelijkheden kunnen behoren. De overheid, maar ook zeker de banken zijn nu aan zet. Zij hebben het zover laten komen dat Nederland nu op de kop staat en zullen met veel geld over de balk moeten komen om weer te zorgen voor een ‘duurzame maatschappijhouderij’.

Pijn eerlijk verdelen

Daarnaast moet de ‘pijn’ eerlijk verdeeld worden over de sectoren. Nu wordt het stikstof probleem vooral op het bord geschoven van de boer en de bouw. De vraag is of dit fair is. Ja, de landbouw heeft een stikstof-aandeel van 22,5%, maar heeft dit in de periode van 2000 tot 2014 met 43,8% fors te weten reduceren. En dan wetende dat de particuliere huishoudens met een aandeel van bijna 60% de grootste stikstofvervuilers zijn en in diezelfde periode juist met meer dan 10% zijn gegroeid. Zullen we de Nederlandse bevolking dan ook maar saneren?

(bron: cbs)

De intensieve Maatschappijhouderij

Lisanne Woudsma-Gerritzen is landschapsontwerper bij The Citadel Company en heeft een voorliefde voor het agrarisch gebied.

Blijf op de hoogte!