UITDAGING 2: INTENSITEIT RUNDVEEHOUDERIJ

In mijn eerste blog schreef ik al over Nederlands grootste probleem, de ‘intensieve maatschappijhouderij’. Wij hebben in verhouding van alles te veel als je dit vergelijkt met Europa. Veel mensen, veel bebouwd gebied, veel water, maar ook veel boerenland. Iedere vierkante meter van Nederland is bestemd en benut. Elke sector heeft zijn eigen uitdagingen, zo ook de agrarische sector. In de komende blogs ga ik elke uitdaging in de landbouw verder uitlichten voor Nederland en specifiek Overijssel. In dit blog de intensiteit van de rundveehouderij (zie afbeelding).

Uitstoot rundvee

Het is één van de visitekaartjes van Nederland: een langgerekt weiland met vredig grazende koeien. Als de boer op zijn klompen komt kijken hoe het met zijn dieren gaat, is het plaatje compleet. Maar hoe oer-Hollands en idyllisch dit beeld ook is, runderen zorgen voor een hoge uitstoot van broeikasgassen.

Een koe heeft vier magen. Zonder te kauwen slikt hij zijn voedsel door. Als de eerste maag vol zit, komt het eerder doorgeslikte gras, stro of krachtvoer weer omhoog en herkauwt hij de boel. Er is alleen één probleem: de bacteriën in de pens van een koe zorgen ervoor dat hij niet alleen zijn voedsel omhoog boert, maar daarbij ook methaangas meeneemt. Methaan is als broeikasgas ruim twintig keer sterker dan CO2. In de vierde maag van een koe vindt de vertering plaats. Als het dier poept of een scheet laat, komt opnieuw methaangas vrij. Een koe boert trouwens vaker dan dat hij een scheet laat. De opvatting “koeienscheten zijn schadelijk voor het milieu” klopt dus maar deels, want het zijn voornamelijk de boeren die een koe laat, die methaangas naar buiten brengen. De uitwerpselen van een koe worden gebruikt als mest. Ook daar zit een schadelijk luchtje aan. Er kan namelijk lachgas vrijkomen uit bemesting, al is dit wel afhankelijk van veel factoren, zoals de soort mest, de hoeveelheid stikstof in mest, de grondsoort en de weersomstandigheden. Als er stikstof in de grond aanwezig is, zetten bacteriën dit om in lachgas. Deze stof is als broeikasgas ruim 310 (!) keer sterker dan CO2.

Om de schadelijke bij-effecten van veeteelt tegen te gaan spraken de agrarische sector en de overheid af om in 2020 30% minder broeikasgassen uit te stoten dan in 1990. Daarom wordt de laatste jaren onderzocht wat een koe het beste kan eten om minder uitstoot te veroorzaken.

Intensiteit rundvee

In 2018 heeft Nederland bijna 4 miljoen stuks rundvee. In 2000 was dit iets méér dan 4 miljoen. Hieronder valt melkvee, maar ook jongvee en vleesvee. In 2016 was dit op het toppunt met 4,25 miljoen runderen. Dit had relatie met de afschaffing van de melkquotum in 2015. Voor vele boeren was dit een katalysator om te groeien. Maar door diverse regelgeving vanuit de overheid, waaronder de strikte fosfaatrechten, hebben vele boeren verplicht afstand moeten doen van de gegroeide veestapel. Hierdoor is in 2018 de Nederlandse rundveestapel met 350.000 stuks rundvee gereduceerd tot 3,9 miljoen stuks rundvee.

In Overijssel waren er in 2000 zo’n 616.000 stuks rundvee. In 2018 zijn dat er 623.000, met de kanttekening dat dit er in 2016 na de afschaffing van de melkquotum zelfs 666.000 waren. Vanaf 2016 is de Overijsselse rundveestapel met 43.000 stuks rundvee gereduceerd. De Overijsselse veestapel reductie is dus bijna 1/5 van de totale Nederlandse veestapel: een fors aandeel.

Aantal rundvee per bedrijf en km2

In 2000 had een Nederlands rundveebedrijf gemiddeld 89 koeien per bedrijf. In Overijssel was dat destijds 76 koeien. De rundveebedrijven in Overijssel waren altijd al kleiner en zijn dat in verhouding nog steeds. Dit heeft waarschijnlijk met het grotendeels kleinschalige landschap te maken. Nederland had in diezelfde periode gemiddeld 120 koeien op elke km2 en Overijssel 185 koeien. Hierin zit een fors verschil. Ondanks dat Overijssel kleinere rundveebedrijven kent, zijn er fors meer koeien per km2. Dit betekent dat er in verhouding veel rundveebedrijven op elke Overijsselse km2 zijn ten opzichte van het landelijk gemiddelde.

In 2018 had een Nederlands rundveebedrijf gemiddeld 154 koeien per bedrijf. In Overijssel waren dat toen 134 koeien. Zowel op landelijk als provinciaal niveau zijn de rundveebedrijven in 18 jaar tijd fors gegroeid, bijna verdubbeld, maar de bedrijven in Overijssel zijn nog altijd kleiner. Nederland laat in 2018 een kleine daling zien met 115 koeien op elke km2 en Overijssel een kleine groei met 187 koeien op elke km2. Ook hier is het verschil per m2 fors. Overijssel heeft ten opzichte van het Nederlands gemiddelde een intensieve rundveestapel. Even ter vergelijking: In Duitsland hebben ze een rundveestapel van 11,7 miljoen op een landoppervlak van 357.022 km2. Een snel rekensommetje laat zien dat er hier maar 32,7 koeien worden gehouden op een km2. Een bizar groot verschil.

De uitdaging waar we voor staan is: in hoeverre kunnen we uitstoot beperken met het dieet van de koe? En willen we in Nederland niet gewoon teveel? Kunnen we het niet prima met minder rundvee af? De verhouding in relatie tot het kwaliteitsverlies van onze leefomgeving moet weer in balans gebracht worden. Een inkrimping van de Nederlandse rundveestapel is volgens mij onvermijdelijk, of we moeten meer landoppervlak zien te creëren.  Een stuk Duitsland aankopen dan maar?

Bronnen:
voordewereldvanmorgen.nl
cbs.nl 

Lisanne Woudsma-Gerritzen is landschapsontwerper bij The Citadel Company en is heeft een voorliefde voor het agrarisch gebied.

Blijf op de hoogte!